
De Jakhals, een brutaal maar zeer schuw dier
Jakhalzen zijn interessante dieren om te zien. In dit artikel zal aandacht worden geschonken aan vier soorten jakhalzen: de gewone jakhals (Canis aureus), de zadeljakhals (Canis mesomelas), de gestreepte jakhals (Canis adustus) en de grijze jakhals (Canis anthus). Bij vragen en/of opmerkingen kunt u onderaan dit artikel een reactie plaatsen.
Kadavers
Schuw als geen ander, maar onder bepaalde omstandigheden brutaal als de beul, zijn de jakhalzen samen met de gieren de grote kadaver- en vuilopruimers van de Afrikaanse savannen en de Indiase oerwouden. Bijna altijd vinden we hen in de buurt van roofdieren, waar ze van de neergeslagen prooi zo veel proberen weg te graaien als de leeuwen of tijgers toelaten. Het dreigende gegrom van het vretende roofdier doet hem allerminst wegvluchten, integendeel.Scherp oplettend om een haal of beet te vermijden en schichtig omkijkend naar opduikend, voor hen eveneens gevaarlijk wild dat komt meeprofiteren, dansen ze rond het kadaver om vanuit gunstige posities en op het goede moment hun deel te pakken.
Ander voedsel
Toch is het niet juist om te denken dat jakhalzen alleen maar van kadavervlees eten en ook niet dat ze alleen maar 's nachts opereren. Want misschien nog meer dan van de prooi der grote roofdieren leven ze van insecten, vruchten en knaagdieren. Dat laatste werd pas ontdekt na 1965, toen men in Zuidwest-Afrika een op de jakhals gerichte uitroeiingscampagne startte, om daarmee aan de belangen van de schapenfokkers tegemoet te komen.Per jaar werden toen tienduizenden jakhalzen doodgeschoten. De schade die deze dieren in het desbetreffende gebied aanrichtten liep snel terug, maar de vernielingen die door konijnen, die zich nu in geweldige aantallen begonnen te vermenigvuldigen, werden veroorzaakt, was na enkele jaren vele malen groter! Daarmee was eigenlijk aangetoond dat de jakhals helemaal niet een aaseter, maar veel meer een gewone konijnen veroberende vleeseter is die veeleer uit nood, dus bij gebrek aan prooi, van dode dieren (mee)eet.
Wie zo aan de kost moet komen, dient èn sluw èn dapper te zijn en met alles genoegen te willen nemen. (Wie sprak daar nog van de jakhals als van een laf en verachtelijkt dier?...)
Gewone Jakhals (Canis aureus)
De gewone jakhals (ook wel goudjakhals) (Canis aureus) bewoont de Europese, Aziatische en Afrikaanse gebieden rondom de Middellandse Zee; hij is een sterke knaap, zo'n 80 centimeter hoog, staat hoog op zijn poten en heeft een vacht van grof, roodachtig-geel haar, met zwarte vlekken op de rug en witachtige op de buikzijde.Jakhalzen plegen oorverdovend te huilen, reden waarom de Arabieren hem dan ook de dihb, de huiler, noemen. Dat huilen houdt eigenlijk alleen maar op wanneer er een roofdier nadert. De dieren beginnen dan zacht te brommen, een teken van onderlinge verstandhouding, waarschijnlijk in de geest van: "opgelet, er is een prooi op komst".
De Hindoes en Arabieren hebben dat gehuil anders verklaard en beweren nog steeds dat dergelijke geluiden dienen om leeuwen of tijgers op het spoor van wild te brengen. Onderzoekingen hebben echter aangetoond dat de jakhalzen, in plaats van de roofdieren voor te gaan, deze volgen en dat de roofdieren zelf hun prooi opsporen.
Tegenover de mens gedraagt de jakhals zich doorgaans zeer voorzichtig, maar men moet daar niet te veel op rekenen. Als hij honger heeft, pleegt hij zo driest te worden, dat hij, hoewel anders uiterst behoedzaam, zelfs huizen binnendringt, waarbij het hem uiteraard om voedsel te doen is.
Ook is het bekend dat jakhalzen in grote meutes nacht op nacht inboorlingendorpen aanvallen, om zich woest van de honger, van de mensen of vee meester te maken. Het verhaal van "de laffe jakhals" is dus een sprookje!
Wel moet gezegd worden dat hij het als achtervolgde eenling tegen een achtervolgende troep jachthonden altijd wel aflegt. Natuurlijk vlucht hij! Maar hoewel hij er aanvankelijk een vaart in zet, is zijn uithoudingsvermogen toch klein en heeft de hondenmeute hem gauw te pakken. Hij verdedigt zich dan dapper, maar is al gauw verscheurd of doodgebloed, zonder zijn aanvallers ernstig te hebben kunnen verwonden.
Toch heeft hij nog wel eens een foefje achter de hand, dat hem het leven redt: hij gaat "dood" liggen en leidt daarmee goedgeloveige aanvallers, die alleen maar in rennende of vechtende dieren werkelijk prooi zien, prachtig om de tuin. De aanvallers scharrelen verbouwereerd terug, waarna de jakhals, wanneer de kust weer veilig is, weer tot "leven" komt en zich ijlings in veiligheid stelt.
Daar prooi eigenlijk altijd schaars is en de jakhals nocht het lichamelijke uithoudingsvermogen noch de agressiviteit bezit die voor een goede jachtbuit noodzakelijk is, vergenoegt hij zich eigenlijk met alles wat eetbaar is. Dat zijn niet alleen aas en kadavers, maar ook kleine levende zoogdieren, vogels, eieren uit vogelnesten, mais, suikerriet en koffiebessen, waarop hij zelfs verzot is en waardoor hij aan koffieplantages zware schade kan toebrengen.
De jakhals werpt meestal vier jongen in een leger, dat tevoren door het vrouwtje in een kuil in de grond of in een rotsspleet is gereed gemaakt.
Zadeljakhals (Canis mesomelas)
De zadeljakhals is van de gewone jakhals te onderscheiden doordat hij groter is en voorts door verschillen in kleur en in tekening van zijn vacht. Aan de onderkant is hij roodbruin en op zijn rug is hij zwart, waardoor het net is alsof hij een zwart zadel draagt. De zadeljakhals vinden we in de vlakke streken van Oost-Afrika en wel van Nubië tot de Kaapskolonie. Hij heeft een voorkeur voor zanderige plekken nabij kusten en rivieroevers.De gestreepte jakhals (Canis adustus)
De gestreepte jakhals is een soort die we aantreffen in midden en oostelijk Afrika en vooral in het Zambesi-bekken. Hij wordt gekenmerkt door een aantal lichte, soms nauwelijks zichtbare strepen, die van de schouder tot de staartinplant over zijn flanken lopen.De gestreepte jakhals is een nachtdier dat leeft van kleine zoogdieren en ook erg van de vruchten van oliehoudende planten houdt.
Grijze jakhals (Canis anthus), wolfjakhals (Canis lupaster) en de kaberoe (Canis simensis)
Verder noem ik nog de slanke, elegant gebouwde grijze jakhals (Canis anthus), die vooral voorkomt aan de Afrikaanse Middellandse Zeekust en verder in Somalië en in Senegal.De wolfjakhals (Canis lupaster) treffen we aan op de natte oevers van de Rode Zee.
De voor een jakhals nogal logge, maar daarom ook wel sterkere Ethiopische jakhals of kaberoe (Canis simensis) in Ethiopië. Het zijn allemaal dieren, die door de aard van hun verschillende omgevingen, enigszins van elkaar - maar nooit veel - zijn gaan verschillen. © 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 25-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Familie van de Hondachtigen (Canidae): Zoals u misschien al wel weet, is 'de hond' niet de enige soort die wordt ondergebracht in de familie van de hondachtigen. De Latijnse benaming voor deze familie luidt:…
- De coyote en de carasissi: In dit artikel zal aandacht besteed worden aan de coyote (Canis latrans) en de carasissi (Canis cancrivorus). Aangezien de meningen verschillen over het plaatsen van de coyote en c…
- Dingo, het enige roofdier van Australië: In dit artikel zal ik de Dingo beschrijven. De Latijnse benaming voor dit dier is: Canis dingo. In heel Australië, Nieuw-Zeeland en Nieuw-Guinea is dit het enige roof…
- De Wolf (Canus Lupus): Dit artikel verteld het een en ander over de magnifieke dieren, bekend als wolf. Deze worden vaak verkeerd begrepen en zijn daardoor bedreigde diersoorten. Boeren vinden het rovers, an…
- De sugarglider, het nieuwe huisdier: Een nieuw huisdier is steeds populairder aan het worden. Het is de sugarglider, oftewel de suikereekhoorn, een knaagdierachtig beestje dat echter tot de buideldieren beho…

Reageer op het artikel "De Jakhals, een brutaal maar zeer schuw dier"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

