Bobtail en Old

Bobtail; een Bobtail pup in huis

De Bobtail is een bijzondere hond, en de pups zien er geweldig uit. Heeft u een pup van de Bobtail gekocht? Gefeliciteerd. Hier vindt u een handig artikel, waarin beschreven staat wat u allemaal nodig heeft voordat de pup bij u thuis komt, en ook wat u moet doen als de langverwachte pup eindelijk in huis is!


Benodigdheden

Nadat u vanaf het moment van uitzoeken 'in verwachting' bent geweest van de nieuwe gezinsuitbreiding, is dan toch eindelijk het moment aangebroken dat de pup opgehaald kan worden. Voordat hij arriveert heeft u van de fokker al g ehoord wat hij moet eten en heeft u het nodige al in huis gehaald.

De meeste fokkers geven een soort van voedingslijst mee. Het is verstandig om deze de eerste tijd aan te houden. Zelfs al zouden u en de dierenarts liever een andere manier van voeden kiezen, dan nog is het verstandig om de eerste tijd de voedingsaanwijzingen op de lijst op te volgen. Dit voorkomt dat de pup, die in zijn nieuwe omgeving toch al zoveel vreemde indrukken opdoet, van streek raakt en diarree krijgt.

Een slaapplek
Er zijn enkele dingen die al voor de komst van de pup aangeschaft kunnen worden. De jonge hond heeft een slaapplaats nodig. Dit kan een kist zijn, een rieten mand, een zelf getimmerde bak op pootjes, een stretcher, een schuimrubberen mand of een mand van kunststof. Een schuimrubberen mand is voor een pup een onding; of liever gezegd: voor u is het een onding en voor de pup een gevaarlijk maar leuk stuk speelgoed. Schuimrubber laat zich namelijk heerlijk versnipperen tot een enorme hoeveelheid vlokken. Maar als een pup het schuimrubber (perongeluk) opteet, is dat zeer ongezond voor de pup.

Een rieten mand is moeilijk schoon te maken, maar levert over het algemeen geen gevaar op als er op geknabbeld wordt. Een stretcher is heel geschikt voor een oudere hond, maar een pup kan er niet lekker in weg kruipen (hiermee neemt u zijn gevoel van veiligheid deels weg!). Een zelf getimmerde bak is, met een lekkere deken erin, prima, evenals een kunststof mand. Aan beide kan door een pup geknabbeld worden, zonder dat er echt veel vanaf komt. Let er echter wel op, dat er geen giftige verf of lak op de bak zit. Een kist, waar de pup niet uit kan komen, is misschien een goed hulpmiddel bij het 's nachts zindelijk maken.

Speelgoed
De jonge hond moet speelgoed hebben waarop hij kan bijten, waar hij achter aan kan hollen en waar hij aan kan sjorren. Bijvoorbeeld een oude wollen of katoenen sok, een bal, die dan echter wel zo groot moet zijn dat hij absoluut niet in zijn keel kan schieten. Ook een rundermergpijp die zo lang gekookt werd dat hij keihard is geworden en een oude theedoek met een knoop erin zijn fijn speelgoed.

Etensbak
De pup, en later ook de oudere hond, kunnen het beste eten uit een roestvrij stalen bak, of eventueel een stenen voerbak. Een aantal honden heeft een sterke hekel aan plastic bakken; de geur die eraan zit, of misschien wel de smaak, kunnen er voor zorgen dat die honden hun eten laten staan. Ook de waterbak moet van steen of roestvrij staal zijn.

Als halsband en riem voldoet voor de Bobtailpup een zacht leren, of nylon halsbandje met een los riempje voorzien van een musketonsluiting het beste. Pups moeten altijd halsbanden hebben die, ook al trekken zij achteruit, niet over hun hoofd kunnen schieten. Doordat een pup met nog zoveel dingen kennis moet maken, is de kans groot dat hij geregeld ergens van schrikt en in een reflex achteruit trekt; hij zou dan zo uit een te wijde halsband kunnen schieten. Sliplijnen en tentoonstellingslijntjes zijn weliswaar prettig licht van gewicht, maar niet geschikt en zeker niet v eilig voor angstige pups.

Rustplek
Het is voor uzelf fijn als u een veilige plaats heeft voor de pup, waar u hem zo af en toe even kwijt kunt. Als u een oude babybox kunt bemachtigen, is deze heel geschikt als kamerkenneltje. En wellicht ook als nachtelijke slaapplaats. Bent u van plan hem in bijvoorbeeld de keuken te laten als u even weg moet, dan zult u alle snoeren en dergelijke goed moeten weg werken. Een pup is nu eenmaal ontzettend nieuwsgierig en wil alles in zijn mond nemen om het te onderzoeken.

Voer
Al voordat u de pup in huis krijgt, krijgt u van de fokker te horen welk merk en type voer de pups krijgen. Zorg (zeker in het begin!!!) dat u dit aanbevolen voer ook in huis heeft. Het hoeft nog niet veel te zijn, een zak is voldoende.

Papierwinkel

De vragen die de afgelopen weken bij u zijn opgekomen over de pup, of over het ras in het algemeen, kunt u bij het ophalen van de pup aan de fokker stellen. Deze zal u dan de nodige adviezen en de voedingslijst geven en u vragen hoe de hond moet heten. De meeste fokkers geven het nest een bepaalde letter, waarmee dan alle voornamen van de pups moeten beginnen. Natuurlijk kunt u de hond voor in huis een andere naam geven dan zijn officiële stamboomnaam.

De aanvraag voor de stamboom wordt ingevuld en aan de groene oren van de pups kunt u zien dat zij getatoueerd zijn. In Nederland krijgen de pups een nummer in het Nederlands Honden Stamboek (N.H.S.B.) toegewezen en ontvangt de fokker na een aantal maanden de stambomen van de door hem gefokte pups, waarna hij deze aangetekend doorstuurt naar de nieuwe eigenaren. In België worden de pups ingeschreven in het L.O.S.H.-stamboek. Zowel in Nederland als in België vallen de nationale overkoepelende kynologische verenigingen (de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland respectievelijk Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus) onder de F.C.I. (Fédération Cynologique Internationale) de internationale kynologische organisatie.

Het grote moment

De meeste fokkers hebben het een moment moeilijk als hun pup het huis uitgaat; zij vragen zich af of u er wel goed voor zult zorgen. Om de overgang voor de kleine zo glad mogelijk te laten verlopen, geven zij een voedingslijst en soms ook een lapje uit de slaapplaats van de pup mee.

De pup reist het prettigst als hij bij iemand op schoot mag zitten. U moet echter wel een handdoek binnen bereik houden, want hij kan op zo'n eerste reis wat wagenziek worden. In zijn nieuwe omgeving moet hij eerst naar het plaatsje gebracht worden waar hij zijn behoefte mag doen. Dit kan een afgezet stukje tuin, een krant in de keuken of op het balkon zijn. Als de pup daar iets doet, is hij heel braaf en wordt hij geprezen. Laat de eerste keer het plasje liggen, dan is dat voor hem een geheugensteuntje als hij er weer heengebracht wordt.

Laat hem vervolgens rustig in de kamer rondscharrelen, zodat hij de omgeving kan verkennen. Til hem verder zo min mogelijk op; iedere hond behoort met vier benen op de grond te staan.

Misschien is hij moe, of heeft hij honger na de reis; geef hem wat te eten en laat hem op zijn plekje, de mand of de kist rustig wat slapen.

De eerste nacht kan nog wel eens wat problemen opleveren. De pup voelt zich erg ongelukkig, omdat hij voor het eerst van zijn leven alleen is, en dan ook nog in een geheel vreemde omgeving. De minste kans op schreeuwpartijen heeft u als u hem naast uw bed in een kist of doos laat slapen. U kunt hem dan over zijn bolletje aaien en sussend toespreken tot hij slaapt. Mocht hij 's nachts wakker worden, omdat hij er 'uit' moet, dan kunt u hem even naar zijn uitlaatplaatsje brengen. Een goed ingepakte, stalen warmtekruik in z'n slaapplaats helpt om de pup op zijn gemak te stellen. Hij heeft het niet koud, maar hij mist wel de warmte en geborgenheid van zijn nestgenoten; de warme kruik geeft hem het idee dat hij niet alleen is.

Als de pup ouder wordt, en gewend is geraakt aan uw huis, klunt u hem bijvoorbeeld in een mand in de hal of keuken laten slapen.

Het zindelijk worden

De pup is het snelst zindelijk als hij na het slapen, na het eten en na het spelen direct uitgelaten wordt. Daar tussendoor kunt u hem het beste iedere twee uur even naar buiten brengen. Bobtails zijn over het algemeen snel zindelijk.

Bij de zindelijkheidstraining worden echter nog wel eens wat fouten gemaakt. Een jonge pup die iets in huis doet, moet niet bestraft, maar genegeerd worden. U ruimt het ongelukje op en u brengt de pup even naar buiten. Alles wat hij daar doet is geweldig en hij wordt er enorm voor geprezen; zelfs hondekoekjes kan hij hiermee verdienen! U kunt hem zo min of meer op commando iets leren te doen.

De laatste maaltijd van de dag moet een droge maaltijd zijn. Geef de pup ongeveer een half uur na de laatste maaltijd géén drinken meer; dit zal hem helpen om 's nachts droog te blijven.

Inenten en ontwormen

Enten
Bij de fokker zal de pup ingeënt zijn tegen Parvo en Hondeziekte. Dit is dan de zogenaamde puppie-enting, die slechts korte tijd bescherming biedt. Uw pup moet daarom op een leeftijd van 12 weken met een zogenaamde cocktail-injectie worden ingeënt tegen:
  • Hondeziekte (als herhaling),
  • Parvo (eveneens als herhaling),
  • Leptospirose (Ziekte van Weil),
  • Hepatitis (besmettelijke leverontsteking),
  • Darminfecties en Kennelhoest.

De inenting tegen Leptospirose moet, om volledig bescherming te bieden, na ongeveer een maand herhaald worden en op een leeftijd van ongeveer 20 weken krijgt de jonge hond gewoonlijk zijn eerste inenting tegen Hondsdolheid (Rabies). De gegeven inentinge nstaan vermeld op een vaccinatiebewijs, waarop tevens de data voor de herhalingsentingen staan aangegeven. De entingen tegen Leptospirose, Parvo en Rabies moeten ieder jaar herhaald worden. De overige entingen worden gewoonlijk om de twee jaar gegeven.

Een hond die op tijd zijn entinge nkrijg is goed beschermd, en zijn eigenaar kan hem met een gerust hart laten zwemmen, spelen met andere honden en meenemen naar het buitenland.

Ontwormen
De fokker heeft de pup voordat u hem meeneemt al een paar keer ontwormd. Tot de hond ongeveer 7 maanden oud is, kunt u hem het beste iedere maand een door de dierenarts verstrekte wormkuur geven. De meest voorkomende soorten wormen zijn spoelwormen bij de jonge hond en lintwormen bij honden van alle leeftijden.

Lintwormen worden overgebracht door vlooien; het is dus een eerste vereiste om hond en huis vlo-vrij te houden. Men kan aan de op 'rijstekorrels' lijkende stukjes op de ontlasting van de hond zien dat hij een lintworm heeft. Uw dierenarts heeft een uitstekend middel tegen deze wormen.

Uitwendige parasieten

Tot de uitwendige parasieten bij de hond rekenen we de vlooien en teken. Eigenlijk horen hier ook nog luizen bij, maar deze komen vandaag de dag nog maar zeer zelden voor. Iedere zomer weer heerst er onder de honden en katten een ware vlooienplaag. De Bobtail, met zijn enorme vacht, kan soms maar moeilijk vlo-vrij gehouden worden. Er zijn er die bijna nooit vlooien hebben (misschien is hun vacht te dicht?), maar er zijn er ook die hele kolonies herbergen. De vlooienband heeft meestal niet zoveel effect bij de Bobtail. Tegenwoordig zijn er nieuwe middelen in de handel met een zeer doeltreffende werking. Daarbij moeten dan enkele druppels op de nekhuid van de hond worden aangebracht.

Teken komen voor in struiken en kreupelhout. Het zijn kleine, spinachtige diertjes die zich op de hond laten vallen en zich met de kop in het vel boren om zich daarna vol bloed te zuigen. Een volgezogen teek is grijs van kleur en zo groot als een flinke doperwt. Als men een druppeltje ether of aceton op de teek doet, laten zijn kaken los, en kan hij er na een paar minuten met een voorzichttige draaiende beweging gemakkelijk uit getrokken worden. Als de kop blijft zitten, kan dat een lelijke ontsteking en plaatselijk haaruitval veroorzaken.

Een hond die mee gaat naar het Middellandse Zeegebied moet voor vertrek ingeënt worden tegen Babesiosis, een voor honden dodelijke ziekte die door de teken aldaar wordt overgebracht. Informeer ruim voor de vertrekdatum bij uw dierenarts om welke gebieden het precies gaat en laat uw dierbare hond tijdig inenten!

Boodschappenlijstje

In dit lijstje staan alle dingen die u moet aanschaffen duidelijk onder elkaar. Elk artikel is hierboven al besproken, maar om het overzichtelijk te maken, voor u nog even in een duidelijke lijst gezet. Voor meer informatie over de aan te schaffen artikelen raadt ik u aan om nog even terug te lezen.

  • Iets om op te slapen.
  • Een kist of bak (voor 's nachts) zodat de pup sneller zindelijk wordt.
  • Speelgoed om op te bijten
  • Speelgoed om achteraan te rennen
  • Speelgoed waar aan getrokken kan worden
  • Waterbak van steen of roestvrij staal
  • Drinkbak van steen of roestvrij staal
  • Een zak voer (door de fokker aanbevolen)
  • Zacht leren of nylon halsbandje
  • Losse riem voorzien van musketonsluiting.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Huisdieren (Dier en Natuur) op 03-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Bobtail; een Bobtail pup in huis"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.