Stinzenplanten, meer soorten en hoe kweken we ze in de tuin

Stinzenplanten, meer soorten en hoe kweken we ze in de tuin

Stinzenplanten zijn niet-inheemse planten die van oorsprong uit onder andere de landen rond de Middellandse zee komen en al vanaf de middeleeuwen naar ons land zijn gebracht door handelsreizigers en edellieden. Ze zijn allereerst aangeplant bij de Friese stinzen, de stenen huizen van de Friese adel en in de volksmond werden deze onbekende nieuwe planten daarom stinzeblomkes genoemd. Bijna alle stinzenplanten zijn lentebloeiers, het zijn ook nagenoeg altijd bol- knol- of wortelstokgewassen.

De eerste planten komen naar ons land

Net als vandaag de dag bestond ook in vroeger tijden een handelsnetwerk. In de Middeleeuwen was dit netwerk natuurlijk nog lang niet zo uitgebreid als nu en dat had vanzelfsprekend vooral te maken met het gebrek aan snelle transportmiddelen. Het kostte immers weken, zo niet maanden om verre landstreken te bereiken en daar handel te drijven. Bovendien was de reis vol gevaren, struikrovers, dieven en moordenaars lagen voortdurend op de loer en hadden het voorzien op de lading van de eenzame handelsreiziger. Het waren dan ook meestal alleen de vermogende edellieden en grote handelshuizen die een voldoende bewapende karavaan konden samenstellen om daarmee veilig te kunnen reizen. Vanaf de Middeleeuwen bestonden er ook kloosters die als tamelijk welvarend konden worden beschouwd en uit oude geschriften is gebleken dat meerdere Friese kloosters, zoals bijvoorbeeld Mariëngaarde, al in de dertiende eeuw handel dreven met onder andere Hamburg en Vlaanderen.

Van Kloosterlingen en Friese adel

De kloosters hadden zelfs eigen schepen die regelmatig voeren op diverse steden in het buitenland. Zowel bij de edellieden en handelaren als bij de kloosterlingen bestond belangstelling voor kruiden en specerijen uit vreemde landen en culturen omdat dit als handelswaar werd beschouwd. Naar mate de handel zich uitbreidde kwamen dientengevolge ook bijzondere en onbekende planten in kleine hoeveelheden mee terug naar ons land. In eerste instantie vertegenwoordigden deze gewassen een aanzienlijke waarde en het vermeerderen en kweken was dan ook voorbehouden aan vermogende lieden en dan met name de in die tijd in goede doen verkerende Friese adel. Zij planten de nieuwe en onbekende gewassen aan bij hun stinzen als een soort statussymbool, de stinzenplant was geboren. Veel van deze planten zijn ook heel geschikt om aan te planten in onze eigen tuin en natuurlijk kent iedereen het sneeuwklokje en de crocus. Minder bekend is dat deze planten oorspronkelijk niet thuis horen in onze inheemse flora. Ze groeien hier echter prima en we zullen er nu een aantal bespreken die ook heel graag in uw tuin willen staan.

Daglelie

De daglelie, Hemerocallis, wordt ook wel boerendroglelie genoemd want de bloemen bloeien slechts één dag. Maar omdat er meerdere bloemen aan een stengel zitten die om de beurt bloeien vond men dit vroeger blijkbaar een sterk staaltje van boerenbedrog. Als stinzenplant kennen we de Hemerocallis vulva maar er zijn meer botanische soorten die vrijwel allemaal met elkaar gekruist zijn door het kwekersgilde. Er zijn aldus tientallen variëteiten ontstaan, merendeels hybride soorten. Een daglelie hoort in de tuin, zij is daar eigenlijk niet meer uit weg te denken en het is een betrouwbare, zeer sterke vaste plant. De plant komt oorspronkelijk uit Oost-Azië en dan voornamelijk uit China. De botanische soorten kunnen nog wel eens aangenaam ruiken, bij hybriden zult u goed moeten snuiven en dan ruikt u helaas nog niks, het werd als eigenschap niet belangrijk gevonden en is er uit gekweekt. De meeste variëteiten bloeien in mei
en gaan door tot en met augustus-september. De bloeitijd is echter wel afhankelijk van de variëteit. De kleuren van een daglelie zijn oranje, geel en bruin en alles wat daar tussenin zit. De mooiste kleuren voor in de tuin zijn toch wel de citroengele of de zuiver oranje. Het is een uitstekende borderplant voor op de voorgrond, ze bloeit met lange stengels die tot wel een meter hoog boven het smalle blad uit kunnen steken, het blad wordt dertig tot veertig centimeter hoog. De bloemen zijn groot en klokvormig, de bloemgrootte varieert van tien tot vijftien centimeter, meestal zijn ze enkel maar er zijn ook gevulde of dubbele bloemen. De plant houdt van zon of halfschaduw maar zelfs in de schaduw doet een daglelie het ook altijd wel. Ze verlangen wel een voedzame en humusrijke grond. Afgebeeld zijn, de naam zegt het al, de mooie citroengele Hemerocallis citrina, En de Hemerocallis vulva F1 hybride met bloeiende en een uitgebloeide bloem erbij. (Foto's: Marylille en Otterman)

Donkere ooievaarsbek

Donkere ooievaarsbek, Geranium phaeum, is in het wild vrij zeldzaam in ons land en de Flora Batava uit 1828 vermeld dat zij onder andere voorkomt in het bos van Kasteel Zuilen bij Utrecht, bij de Conjum state in Friesland en bij de stad Hoorn. Eerst even een misverstand over geraniums uit de weg ruimen: de plant die men meestal geranium noemt, de niet winterharde plant met de vuurrode bloemen die men in het voorseizoen koopt en veelal in bakken en potten plant, is geen geranium maar een pelargonium! De echte geranium soorten zijn vaste planten die wel winterhard zijn en daarvan zijn er heel veel in allerlei mooie variëteiten. Vanaf nu niet meer fout benoemen, u weet nu hoe het moet. De donkere ooievaarsbek komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa. In België en in ons land is de plant zeldzaam, met uitzondering van de Ardennen waar zij vaker voorkomt.
Ze heeft het liefst een standplaats in de schaduw, op lichte, vochtige en voedselrijke grond en ze is ook te vinden bij beschaduwde slootkanten en in boomgaarden. De heel mooi donkerpaars gekleurde bloem wordt vaak als rouwsymbool gebruikt. Maar er zijn meer geraniumsoorten die in ons land als stinzenplant voorkomen, één van de bekendste is de bloedooievaarsbek, Geranium sanquineum. Voor gebruik in onze tuin zijn ook de volgende soorten aan te raden: Geranium 'Anne Thomson', purperroze 30 cm hoog en bloeit van juli tot oktober! Geranium 'Johnson's Blue', blauw 40 cm, juni-juli en Geranium 'magnificum', paarsblauw 50 cm, bloeitijd juni-juli. Dit zijn drie hele mooie maar er zijn er veel meer, zeker 120 en te koop bij bijvoorbeeld kwekerij Esveld in Boskoop, snuffel maar eens rond op hun site, type geranium in en u krijgt 6 pagina's vol, we zullen aan het eind van de plantbeschrijvingen een link toevoegen, zit u gelijk goed. (Foto's: Camellia)

Gebroken Hartjes

Dicentra spectabilis, gebroken hartjes, is een plant die veel mensen wel kennen al was het alleen maar van naam. Ze bloeit van mei tot juni en de rozerode bloemen met een wit centrum hangen in een rijtje naast elkaar aan de lange bloemstengels. De twee roze buitenste kroonblaadjes vormen samen een hartje wat doormidden gebroken lijkt te zijn terwijl de twee binnenste witte kroonblaadjes eindigen in een traantje dat uit het hartje tevoorschijn komt. Prachtige dramatiek gevangen in deze speling van de natuur en dat dramatische effect wordt nog versterkt doordat de stengels als het ware op een treurige manier overhangen. De plant heeft mooi handvormig ingesneden blad, wordt 60 tot 80 cm hoog en bloeit van mei tot juni. Eigenlijk is het gewoon een juweeltje om te zien en als we ons dat realiseren dan vergeten we dat treurige aspect weer, life goes on...
Van oorsprong komt het gebroken hartje uit China, Korea en Oost-Siberië waar ze in de vrije
natuur groeit op open plekken in vochtige bossen en bij de rand van het bos aan de schaduwzijde. In de tuin komt ze het best tot haar recht op een plek in de schaduw of halfschaduw, zet haar niet in de volle zon want bij extreme warmte ziet u de sappige stengels bij wijze van spreken voor uw ogen verdrogen en ineen krimpen. Bovendien past schaduw of halfschaduw beter bij het karakter van de plant. Er bestaat een geheel wit bloeiende variëteit, Dicentra spectabilis 'Alba', die ook erg mooi is, helemaal in de schaduw want donkere plekken lichten er van op in de schemering. Er is nog een heel mooie variëteit en dat is Dicentra formosa 'Luxuriant'. Van deze soort zijn de bloemen donkerroze en ze hangen in rijke trossen op langere stelen. De variëteit 'Bountiful' heeft een forsere groeiwijze en ook grotere bloemen. Als stinzenplant is ze al heel lang in cultuur in ons land, in oude geschriften wordt zij al vermeld in 1769. (Foto's: Majamarko)

Grote bosaardbei

Fragaria moschata, de grote bosaardbei en Fragaria vesca, de gewone bosaardbei zijn de moeders van alle gekweekte aardbei variëteiten en goede bodembedekkers voor in de tuin. De planten maken namelijk lange uitlopers waaraan om de zoveel centimeter nieuwe plantjes groeien die al snel wortelen in de grond. De grote bosaardbei doet dit iets minder enthousiast dan haar kleine zus de gewone bosaardbei en dat is eigenlijk precies goed, niet teveel en niet te weinig. Van nature komen ze beide zeer zelden voor in ons land en ze staan helaas op de rode lijst hetgeen betekent dat de plantjes steeds minder vaak te vinden zijn in Zuid-Limburg, het Midden-Nederlandse rivierengebied en in laagveengebieden. Een reden te meer om de grote of de gewone bosaardbei in uw tuin aan te planten! Ze houdt van half beschaduwde plaatsen op vrij vochtige, luchtige en kalkrijke grond
zoals zavel, lichte klei en löss. Het blad is erg mooi om te zien, frisgroen, generfd en gekarteld en er staan drie blaadjes naast elkaar op een steeltje. De witte bloemetjes staan met meerdere bij elkaar, vaak wel 10 tot 15 stuks op een bloeistengel die boven het blad uitsteekt. De vruchtjes zijn een stuk kleiner dan de aardbeien die we bij de groenteboer vinden maar wat hebben ze veel smaak, verrukkelijk gewoon! Het is de echte aardbeiensmaak, heel delicaat en bijna geparfumeerd te noemen. De planten zijn doorbloeiend dus u kunt regelmatig oogsten als u een grote groep heeft staan in uw tuin. Overigens heeft alleen de grote bosaardbei de status van stinzenplant, de gewone bosaardbei was blijkbaar vroeger al te gewoon om aan te planten bij de vaak voorname stinzen en we zullen haar hier dan ook niet aantreffen. (Foto's: Dandelion & Burdock)

Grote sneeuwroem

Grote sneeuwroem, Chionodoxa siehei, komt net als haar zus de kleine sneeuwroem, Chionodoxa sardensis, regelmatig voor bij de oude stinzen en buitenplaatsen in ons land. Het oorspronkelijke natuurlijke verspreidingsgebied is Turkije en Klein-Azië en de Oude Grieken gaven dit dappere plantje haar naam. In het Griekse betekent het woord ‘chion’ sneeuw en ‘doxa’ is roem. Ze kan inderdaad bloeien als er nog sneeuw ligt dus ze verdient de naam met recht. Zo heel erg groot is de grote sneeuwroem nou ook weer niet, maximaal 25 cm hoog. Het is een goed winterhard overblijvend bolgewas en ze groeit graag op licht beschaduwde of zonnige plaatsen op een vochtige, voedselrijke en humeuze grondsoort. Het blad is heel smal en de bloemen van ongeveer 2 á 3 cm groot zijn helderblauw met een wit hart. Er bestaat ook een roze sneeuwroem, Chionodoxa Luciliae, deze heeft eveneens een wit hart
maar wij geven de voorkeur aan de blauwe. Het is een aantrekkelijk en makkelijk plantje wat u ook goed in het gras kunt planten, dat staat heel mooi in het voorjaar. Eenmaal geplant kunnen ze gewoon in de grond blijven zitten en wanneer ze op de goede plek staan dan vermeerderen ze zich makkelijk en hebt u er jarenlang plezier van. Ook kunnen zaden van dit bloembolletje door mieren verspreid worden en dan kan sneeuwroem op onverwachte plekken te voorschijn komen. Mieren nemen de zaden van de sneeuwroem graag mee naar hun nest omdat er aan elk zaadje een "mierenbroodje" zit wat als voedsel voor de mieren kan dienen. Dit komt bij meer planten voor en het is beslist een vernuftige manier van voortplanting. (Foto's: Lambley)

Herfsttijloos

Herfsttijloos, Colchicum byzantinum, wordt ook wel herfstcrocus genoemd omdat zij zoveel op de crocus lijkt. Ze behoort echter tot een andere familie, de Colchicaceae en bloeit pas in de herfst. Merkwaardig genoeg vormt zij in de lente wel blad maar dat verdort tijdens de zomer. Pas in het najaar komen de bloemen uit de grond, van het blad is dan niets meer te bekennen. Het is een knolgewas wat rijk bloeit, één knol geeft tot wel twintig bloemen. De bloemen zijn lilaroze en 4 tot 6 cm lang. De plant komt vanaf het jaar 1600 naar ons land, zij werd benoemd door de botanicus Carolus Clusius die uit Constantinopel afkomstige bollen ging opkweken en vermeerderen. Als stinzeplant komt zij sindsdien regelmatig voor bij de Friese stinzen. Vandaag de dag verkoopt men de bol ook wel als een zogenaamde "droogbloeier", een curiositeit die binnenshuis in bloei komt zonder voedsel of water in een speciaal daarvoor bestemde glazen kelk
. In het wild is de plant zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in Midden- en Noord-Limburg, Noord-Brabant, het rivierengebied en in het oosten van het land. Ook deze plant is net als de grote bosaardbei een "rode lijst" plant, het aantal planten is sterk verminderd en de soort wordt in ons land met uitsterven bedreigd. Ze wordt gekweekt voor medicinale toepassingen en is zoals zoveel medicinale planten sterk giftig, vooral de bladstengels en de zaden zijn zeer giftig. De werking van de belangrijkste gifstof, colchicine, zorgt voor een verstoring van het celdelingsproces. Medicinaal is de stof in gebruik om celgroei bij kwaadaardige gezwellen tegen te gaan. Ondanks de giftigheid zijn ze in de tuin goed toe te passen, ze geven kleur aan de herfst op het moment dat de meeste vaste planten al uitgebloeid zijn. Ze heeft graag een zonnige tot licht beschaduwde standplaats op goed vochtige tot natte, matig voedselrijke, humeuze kalkhoudende grond! (Foto's: Jan Parie)

Lievevrouwebedstro

Lievevrouwebedstro, Galium odoratum of Asperula odorata, het is zo'n naam waarvan je je afvraagt waar die vandaan komt. Welnu, we zullen het hier verklaren. Het plantje heeft een lange geschiedenis en was vroeger verbonden met de godin van de natuur en de liefde: Freya. Het wordt later aan Maria gewijd, zij werd ook wel "Onze Lieve Vrouwe" genoemd. Bedstro komt van het oude Middeleeuwse gebruik het als geurend kruid in baby- en kinderwiegjes te strooien en van lieverlee werden de namen samengevoegd tot Lievevrouwebedstro. De toevoeging "odorata" in de Latijnse naam betekent "geurend" en dat doet het plantje ook, zowel vers als gedroogd verspreidt zij een zachte zoete geur. De plant had in de Middeleeuwen nog veel meer toepassingen: men legde het kruid in het bed van zwangere vrouwen om de zwangerschap voorspoedig te laten verlopen, het werd naast vensters gehangen om de woning te vrijwaren van pest,
het werd gebruikt in waswater om kleding geurig te maken en het stond ook bekend als “antimagisch” kruid waarmee boze geesten op afstand konden worden gehouden. Men kon er duivels, heksen en tovenaars mee verdrijven door het te branden in een soort wierook schaaltje. Het werd gebruikt als medicinaal kruid en tenslotte kon men er de vloer mee bestrooien om het huis rein te houden. De plant hoorde in iedere kloostertuin te staan en was ook als stinzenplant zeer geliefd. Veel van de toepassingen van deze nuttige plant zijn we vandaag de dag vergeten maar het is als bodembedekker nog steeds wel een prima plant voor in onze tuin. Het is een laagblijvend kruid dat zich vlot kan uitbreiden zonder dat het gaat woekeren. De bloemetjes zijn klein maar de plant kan zeer rijk bloeien en zo een strak wit tapijtje vormen, heel mooi in het voorjaar! (Foto's: Dragisa en Gwendoline)

Longkruid

Longkruid, Pulmonaria officinalis, dankt haar naam aan het feit dat de plant vroeger als artsenijgewas werd gebruikt bij de behandeling van longziekten. De naam longkruid en de toevoeging "officinalis" aan de Latijnse naam doet vermoeden dat deze artsenijplant inderdaad een geneeskrachtige werking heeft, dit is echter nooit bewezen hoewel de plant wel de stof silica bevat die de longen meer veerkracht geeft. Vind u het leuk om wat meer geneeskrachtige planten in uw tuin te laten groeien let dan eens wat vaker op de term "officinalis", dit is de wetenschappelijke aanduiding voor geneeskrachtige kruiden. Het blad van longkruid is zacht tot ruw behaard en heeft twee kleuren, witte vlekken op een frisgroene achtergrond. Dit komt van nature maar bij weinig planten voor en het geeft de plant een extra dimensie. Longkruid is een uitstekende bodembedekker voor vochtige plaatsen in de schaduw, zij doet het niet op droge grond en in de zon. Zet ze gerust op een plek
waar andere planten het meestal niet willen doen en juist zij zal zich daar wel langzaam maar zeker uitbreiden door middel van wortelstokken. Longkruid bloeit van maart tot en met april, de bloemen zijn klein maar wel prachtig helblauw van kleur, ze staan in trosjes bij elkaar en verbloeien naar roze. U kunt het blad van de plant na de bloei eventueel terugknippen zodat er nieuw blad wordt gevormd en de plant langer mooi blijft in de zomerperiode. Doe dit ook als er meeldauw wordt gevormd, dit is overigens wel een indicatie dat de plant te droog staat, het zal niet voorkomen op een voldoende vochtige en schaduwrijke standplaats. In Zuid-Limburg komt de plant in het wild voor, als stinzenplant bij Friese stinzen en in de omgeving van Haarlem. Er bestaan ook mooie gekweekte variëteiten, zoek bij de goed gesorteerde kweker bijvoorbeeld eens naar: Pulmonaria officinalis "Sissinghurst White", prachtig zuiver wit. (Foto's: Glads en Ekenitr)

Maagdenpalm

Maagdenpalm, Vinca minor, lijkt een vaste plant maar het is eigenlijk een heester. Ze komt oorspronkelijk uit het Middellandse zeegebied maar is al sinds de oudheid in ons land ingeburgerd en wordt dan ook beschouwd als een inheemse plant. Ze kan lekker woekeren maar als u daarvoor de ruimte hebt in uw tuin is dat helemaal niet erg want ze geeft onkruid geen enkele kans. Andere planten behalve heesters en bomen ook niet dus daar moet u wel even om denken. Het is een ideale plant voor de onderhoudsvrije tuin en doordat ze groenblijvend is vormt ze een mooi groen en bijna architectonisch vlak. Maagdenpalm heeft ook een grote broer, Vinca major, maar omdat die rommeliger uitgroeit is de Vinca minor gewoon veel mooier. Zoals het hoort bij een stinzenplant is zij op sommige plaatsen flink verwilderd maar, pas op, geen stekjes meenemen want in de Nederlandse natuurgebieden is de plant beschermd.
Zowel op zwaar beschaduwde plaatsen als in de volle zon voelt maagdenpalm zich goed thuis. Maagdenpalm bloeit met fel blauwachtige of witte bloemen maar er is ook een variëteit met purperviolette bloemen, de Vinca minor 'Atropurpurea'. Alle variëteiten bloeien rijk en langdurig, al vanaf januari tot aan half mei. De plant vermeerdert zich met uitlopers die tot een halve meter lang kunnen worden. Haar naam komt voort uit een oud en een beetje triest gebruik van de plant, men plaatste haar vroeger namelijk op graven van jong gestorven meisjes....
Bij de Romeinen was Maagdenpalm het symbool van onsterfelijkheid. Voor gebruik bij hun godsdienstige ceremoniën vlochten zij kransen voor op het hoofd, een gewoonte die in Italië tot in de middeleeuwen bleef bestaan. Nog een pikant detail: In de 14e eeuw werd een mengsel van gemalen wormen en maagdenpalm aanbevolen als een prima middel om de liefde tussen man en vrouw aan te wakkeren! (Foto's: Beautifullcataya)

Wilde Akelei

Akelei, Aquilegia vulgaris, wordt al sinds de Middeleeuwen in ons land gekweekt en is vermaard om haar schoonheid en de aparte vorm van de bloem. Op de eerste foto zien we de wilde akelei zoals we haar ook inderdaad in het wild of als stinzenplant kunnen aantreffen, deze moeder der akeleien heeft dan ook geen verdere toevoeging aan haar Latijnse naam. Anders is dat bij de ruim 120 gekweekte variëteiten, die hebben vaak lyrische toevoegingen. Beroemd zijn de Engelse "Barlow"en "Tower" kweekvormen, Nora Barlow heeft zeker 15 variëteiten gekweekt waarin de naam Barlow voorkomt en ook de Tower soorten zijn niet op de vingers van één hand te tellen. Niet voor niets zijn er zoveel varianten want de akelei kruist onderling heel gemakkelijk. Zuiverheid van ras of variëteit is hierdoor nooit helemaal te garanderen. Natuurlijk hebben andere kwekers zich ook met de akelei bemoeid en we zullen hier een
aantal van de mooiste voor u opsommen: Aquilegia vulgaris 'Ruby Port', met een wijnrode gevulde bloem en 70 cm hoog, Aquilegia vulgaris 'Grandmother's Garden', alleen al voor de naam zou je haar planten, kleur rose- violet- rood en 60 cm, Aquilegia vulgaris 'Tower Dark Blue', ongekend mooi met donker- paarse "petticoat"-achtige gevulde bloemen en 70 cm, Aquilegia vulgaris 'Lime Sorbet', witte gevulde bloemen en 50 cm, Aquilegia vulgaris 'Tower Pink' is te zien op de tweede foto en is 70 cm hoog, Aquilegia vulgaris 'Black Barlow', diep paarsblauw, 60 cm is te zien op foto drie. Zo kunnen we nog wel even doorgaan want eigenlijk is de ene soort nog mooier dan de ander. Nora was overigens ijdel genoeg om een plant naar haarzelf te noemen, Aquilegia vulgaris 'Nora Barlow', maar dan vinden we de hier op foto twee getoonde Tower variëteit toch net iets sjieker. De opgegeven hoogte is de hoogte van de
bloemstengels, het blad wordt maximaal 30 cm hoog. Terug naar de wilde vorm, zij is zeldzaam in Zuid-Limburg maar komt wel vaker voor in ons land als verwilderde stinzenplant . Verder komt de wilde akelei in vrijwel heel Europa voor in bossen en in het overgangsgebied van bos en weiland. Het zijn waarschijnlijk planten die vanuit tuinen zijn verwilderd. Het is een vaste plant uit de ranonkelfamilie en zij bloeit van mei tot en met juli. De bloemen met hun opvallende bloeiwijze hebben uit de bloem stekende punten aan de achterzijde waarin een honingklier aanwezig is, hommels en bijen helpen dan ook graag bij het bestuiven van de bloemen. Na de bloei ontstaan zogenaamde kokervruchtjes die veel kleine zwarte zaadjes bevatten. In de Alpen komt een andere soort akelei vrij veel voor, het is de Alpenakelei, 'Aquilegia alpina', En voor in de tuin? kies uit één van de door ons genoemde soorten! (Foto's: Simone, Mark en Matt & Charlotte)

Voorjaarszonnehoed

Voorjaarszonnehoed, Doronicum pardalianches, is ook uitermate geschikt om aan te planten in de tuin, het is een makkelijke groeier en zij kondigt op vrolijke wijze aan dat de zomer weldra gaat beginnen, zij bloeit van half april tot eind juli. Als stinzenplant komt zij samen met haar zus Doronicum plantagineum van af het begin van de 19e eeuw voor in ons land. Haar vrolijke uiterlijk doet niet vermoeden dat de plant giftig is, desondanks worden veel cultivars gekweekt voor de snijbloementeelt. "Wat niet weet wat niet deert" zei de oude kweker... In de tuin heeft de plant graag humusrijke grond en kan zij worden aangeplant in de zon of halfschaduw. De wortels zijn wat veeleisend want zij verlangen een tamelijk constante vochtigheidsgraad, maar dit is voor de tuinier die goed voor zijn tuin zorgt geen probleem. Na de bloei knipt u de bloeistengels af, de plant behoudt hierdoor haar reservegroeistoffen omdat zij geen zaad hoeft te produceren, bovendien vermeerdert zij zich vooral door middel van de wortelstokken.
De plant is inheems in de zuidelijke Alpen, het Bayerische Wald en in de Pyreneeën. Er bestaan meerdere kweekvariëteiten maar toch raden wij de Doronicum pardalianches aan voor het gebruik in de tuin, het is van alle soorten de stevigste plant en een sterke groeier met bloemen tot zes centimeter groot. Zij leent zich zoals het een echte stinzenplant betaamt goed voor verwildering zonder nou direct opdringerig te worden en kan een hoogte van honderd centimeter bereiken. Ze is zeer geschikt voor in een rood-oranje-gele border. Wel even opletten met slakken, de planten dienen als voedselplant voor diverse soorten. Vroeger werd zij gebruikt als medicinale plant tegen winderigheid en een opgeblazen gevoel, ook zou ze hartversterkend werken en het kloppen van het hart bevorderen. Door de in de plant aanwezige gifstoffen is dat natuurlijk niet zo heel vreemd! (Foto's: Joost J. Bakker)

Nog meer soorten

Er zijn nog meer soorten stinzenplanten die we ook hebben beschreven, kijk maar eens bij Stinzenplanten, de minder algemeen bekende soorten en bij Stinzenplanten, bol- knol- en wortelstokgewassen. Voor een volledige lijst van stinzenplanten kunt u een kijkje nemen bij Klaas Noordhuis. Hij weet ontzettend veel planten te noemen met het jaartal waarop ze voor het eerst door botanici werden gesignaleerd en beschreven als zijnde in cultuur gebracht. Het is sowieso een prima informatieve site over de parktuin Oosterhouw en haar bijzondere landhuis. Wilt u de door ons beschreven planten aanschaffen voor in uw tuin dan kunt u terecht bij Plantentuin Esveld, kwekers met passie in Boskoop. Het is beslist één van de best gesorteerde kwekerijen van ons land, de planten die u koopt zijn van uitstekende kwaliteit en, ook erg belangrijk, zij hebben de juiste variëteiten. Bij een gewoon tuincentrum moet u altijd maar afwachten of het de juiste variëteit is die u wilt hebben en dat leidt dikwijls tot teleurstellingen! Een andere top kwekerij is Kwekerij de Border, deze ligt naast Kasteel Twickel in Overijsel en zij hebben meer dan 4000 vaste planten in hun assortiment. Tuinieren met stinzenplanten is niet moeilijk, niet voor niets doen de meeste soorten het al eeuwenlang goed bij de Friese stinzen en op andere buitenplaatsen. Veel plezier met uw nieuw opgedane kennis en een aangename tijd in uw tuin!
© 2011 - 2012 Christobald, gepubliceerd in Bloemen en planten (Dier en Natuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Stinzenplanten voor een steeds groter bollenveld Stinzenplanten zijn een bijzondere groep tuinplanten die wel wat extra a…
Wilde planten in de bostuin Wilde tuinen, natuurlijke tuinen, ecologische tuinen, tuinen met inheemse planten. Een tuin a…
Blauwe druif of Muscari, een leuk bolgewas en winterhard! De blauwe druif is een bolgewas, volkomen winterhard en je kunt…
Stinzenplanten, bol- knol- en wortelstokgewassen Stinzenplanten hebben een lange en bijzondere geschiedenis en de meeste…
Yucca in je tuin Een yucca in je tuin geeft je tuin een mooie tropische uitstraling. Het is een mooie plant die prachtig…

Bronnen en referenties
  • Stinzenflorafryslan.nl
  • Esveld.nl
  • Leeswerk.nl/florabatava
  • Nederlandsesoorten.nl
  • Neerlandstuin.nl
  • Klaasnoordhuis.nl
  • Nl.wikipedia.org
  • Plantaardigheden.nl

Reageer op het artikel "Stinzenplanten, meer soorten en hoe kweken we ze in de tuin"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Reactie

Van Duijn, 04-04-2012 13:21 #1
L.S. een prachtige site! Wij, een commissie die zich bezig houd met natuur in een nieuwbouwwijk, zijn gesitueerd aan de rand van een bosrijk gebied wat uitloopt in vrij arme grond, zuur en kalk gemengd. We zijn op zoek naar z.g. stinzenplanten voor de herfst. Zijn er buiten herfsttijloos nog andere planten die deels de bosbodem bedekken en uitlopen in grasland? Met vriendelijke groet. Reactie infoteur, 04-04-2012
Geachte heer of mevrouw van Duijn,

Dank u voor het compliment! Wat betreft uw vraag, alle stinzenplanten behalve herfsttijloos bloeien in het voorjaar. In de door u beschreven situatie zou ik op de bosgrond zelf Vinca minor (Maagdenpalm) Fragaria vesca (Bosaardbei) en Vaccinium caesariense (Blauwe bes) proberen. De bloeiperiode van de laatste is september/oktober. Wat de graszone betreft is een weidebloemen zaadmengsel aan te raden met planten als wilde margriet, wilde ridderspoor, bolderik, beemdooiervaarsbek en andere wilde geraniumsoorten. Deze planten bloeien weliswaar niet in het najaar maar passen wel in het door u beschreven milieu. Steek hiervoor eens uw licht op bij de Cruydthoeck, www.cruydthoeck.nl dit is het aangewezen adres voor een goed advies en het bestellen van de zaden. Voor de Maagdenpalm, de Bosaardbei en de Blauwe bes kunt u het beste Kwekerij Esveld benaderen, www.esveld.nl zij zijn ongetwijfeld ook bereid u ter zake kundig advies te leveren. Succes met uw project en vriendelijke groet,

Chris Freriks

Infoteur: Christobald
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Bloemen en planten
Bronnen en referenties: 8
Reacties: 1
Schrijf mee!