Bloedsomloop en Slagader

De Bloedsomloop

De Bloedsomloop

De cellen in het lichaam moeten worden voorzien van bouw- en brandstoffen voor de celstofwisseling. Afvalstoffen uit de cellen moeten worden afgevoerd. Hier gebruikt het lichaam het bloed voor.


Bloedsomloop

De bloedsomloop in het lichaam heeft verschillende functies:

  • Transport van zuurstof, voeding en regulerende stoffen zoals hormonen en enzymen naar de cellen
  • Transport van afvalstoffen zoals kooldioxide en waterdamp van de cellen weg
  • Het regelen van de warmtehuishouding door het vervoeren van warmte van de spieren door het lichaam
  • De afweer van ziekteverwekkers door middel van de witte bloedcellen
  • De stolling van het bloed bij wondjes


het hart
het hart

Het hart

Het hart is de motor van de bloedsomloop. Het ligt in de borstholte tussen de longen, een punt van het hart steekt iets meer naar links. Het hart wordt omhult door een hartzakje, het pericard, die het hart beschermt. Tussen het hart en het hartzakje zit een vloeistof die wrijving tussen beiden voorkomt.

De hart is een holle spier, waarvn het ritme beinvloed wordt door zenuwsignalen. Het hart is een onwillekeurige spier en kan niet worden aangestuurd door de wil.

Het hart kan samentrekken omdat het bestaat uit cellen die zich spontaan samentrekken. In de sinusknoop zitten dominante cellen die de prikkel tot samentrekken doorgeven aan de rest van de hartcellen door middel van een elektrisch stroompje. Dit elektrische stroompje loopt over een bindweefselstreng dat de bundel van His wordt genoemd.

De sinusknoop ligt in de wand van het rechteratrium en is de gangmaker van het ritme van het hart, de natuurlijke pacemaker. De hersenen sturen een signaal naar de sinusknoop als het hart moet versnellen of langzamer moet kloppen.

Het hart is een holle spier met vier holtes:
  • de linkerboezem of linkeratrium
  • de rechterboezem of rechteratrium
  • de linkerkamer of linkerventrikel
  • de rechterkamer of rechterventrikel

De boezems verzamelen bloed uit de aderen. Als de boezems vol zijn, stroomt het bloed naar de kamers. Als de kamers samentrekken wordt het bloed het lichaam ingestuwd.

Het bloed kan niet terugstromen vanuit de kamers naar de boezems, doordat er kleppen zitten op de wand tussen de kamer en de boezem. Het bloed kan ook niet terugstromen vanuit de slagader naar de kamer, want ook daar zitten kleppen.

Het bloedvatstelsel

In het bloedvatstelsel komen drie soorten vaten voor:
  • De slagaders of arterien die van het hart af lopen
  • De haarvaatjes of capillairen die naar de cellen toelopen
  • De aders of venen, die naar het hart toelopen

capillairen in de longen van een muis
capillairen in de longen van een muis
Elk orgaan heeft een eigen slagader. In het Latijn begint de naam van deze slagaders altijd met Arteria. Het latijns voor bovenslagader is bijvoorbeeld: Ateria os fermoris

Als de arterie het orgaan bereikt vertakt het zich tot haarvaatjes. Eigenlijk zijn de bloedvaten te vergelijken met de verkeerswegenstructuur. Naar de cel toe zijn de aterien de snelwegen, de arteriolen zijn de hoofdwegen in een wijk en de capillair zijn de wegen die naar de huizen leiden.

Vanaf de cel veranderen de capillairen in venulen en die veranderen in venen.

Het lichaam bevat een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop. De kleine bloedsomloop loopt langs de longen en bevat zuurstofarm bloed dat zuurstof ophaalt in de longen. De grote bloedsomloop loopt door het hele lichaam en bevat veel zuurstof dat afgezet wordt in de verschillende lichaamsdelen.

Alle aderen uit het lichaam, die het bloed weer naar het hart toe laten stromen komen uit in de holle ader. Deze ader heet in het latijn vena cava. Er is een voorste holle ader of vena cava cranialis en een achterste holle ader of vena cava caudalis. De holle ader loopt naar het hart.

Foetale circulatie

Bij een foetus verloopt de bloedsomloop anders. Een foetus gebruikt immers zijn longen nog niet als het in de baarmoeder leeft. De foetus krijgt zuurstof aangevoerd door de navelstreng. De zuurstof komt in eerste instantie in de lever terecht en gaat vervolgens via de leverader naar de holle ader.

hart met ovale venster
hart met ovale venster
Een kwart van het bloed gaat naar de rechterkamer van het hart van de foetus. De rest gaat via een verbinding tussen de longslagader en de aorta naar de rest van het lichaam. De longen worden dus omzeild, die zijn immers niet in gebruik. De verbindingsader tussen de longslagader en de aorta noemt men de ductus arteriosus botalli. Na de geboorte sluit deze ader zich af.

Na de geboorte zuigen de longen bloed aan en ontwikkelen zich. Ze hebben nu meer bloed nodig dan voor de geboorte. Nu loopt er ook bloed via de longader naar de linkerboezem. Doordat de druk in de linkerboezem nu hoger is sluit het ovale venster zich. Het ovale venster of foramen ovale zit bij de foetus tussen de beide boezems. Voor de foetale circulatie was het ovale venster nodig om de longen te omzeilen. Na de geboorte is het ovale venster niet meer nodig.

Lymfestelsel

Lymfevaten lopen van de cellen naar de linkerboezem en staan zo in verbinding met het bloed. Lymfevaten voeren het overtollige weefselvocht uit de weefsels af, zodat het in het bloed komt.

lymfeklierstelsel met lymfeknopen
lymfeklierstelsel met lymfeknopen
Het lymfestelsel heeft geen pomp, zoals het bloedvatstelsel een hart heeft. Het voorstuwen van het weefselvocht gebeurt door het samentrekken van de spieren die rond de lymfevaten liggen. De lymfevaten bevatten kleppen die voorkomen dat het vocht terugstroomt. Het lymfestelsel is een stelsel met 1richtingsverkeer.

Door het hele lichaam heen bevat het lymfestelsel een aantal lymfeknopen. Dit zijn orgaantjes die het weefselvocht zuiveren. Als lymfeknopen hard moeten werken, omdat er veel te zuiveren is, verdikken zij.

Als een mens of dier kanker heeft kan het zijn dat een kankercel meereist met het weefselvocht en in een lymfeknoop terecht komt. Omdat de lymfeknop de kanker niet kan bestrijden woekert de kanker verder in de lymfeknoop. Dit noemt men metasfase, oftewel een uitzaaiing

Alle lymfeknopen en vaten komen uit op een groot lymfevat. Dit heet de ductus thoracicus. De ductus thoracicus loopt in de borstholte. Als dit vat scheurt loopt de borstholte vol met pus. Dit heet lymfothorax. De ductus thoracicus komt uit in het rechter atrium van het hart, hier wordt de lymfe vermengd met het bloed.
© 2007 - 2009 Cookiehappy, gepubliceerd in Biologie (Dier en Natuur) op 07-04-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Cookiehappy is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De Bloedsomloop"


Door Harry op 09-10-2008

Misschien is het handig om wat dieper in de volgende termen in te gaan:
- bloedvaten in de navelstreng
- het ovale venster
- de ductus arteriosis (ook wel de ductus Botalli genoemd)