Biologie en Kleurvererving

Inleiding kleurvererving bij parkietachtigen

Inleiding kleurvererving bij parkietachtigen

We beschrijven hier de algemene regels van kleurvererving bij parkietachtigen(psittaciformes).Dit artikel is de inleiding van een meer gedetailleerd werk dat binnenkort zal volgen.


Een natuurlijke indeling

Het dierenrijk is door de mens ingedeeld in klassen, ordes, families, geslachten en soorten. Deze indeling is niet willekeurig gebaseerd op een door de mens vastgestelde gelijkvormigheid van de dieren maar is bepaald door een natuurlijke factor. Een groep dieren die erfelijk bepaalde gelijkvormigheden vertonen en die zich onderling voortplanten zijn een soort. De soort is dus een voortplantingsgemeenschap die sterk afgesloten is naar andere soorten. Zo geeft een soort haar kenmerken vrijwel onveranderd aan zijn nakomelingen door (van der Linden H.W.J., Z.D).

De basisregels

De grondregels van de erfelijkheidsleer werden beschreven door Gregor Mendel in 1866. Hij ontdekte dat genetische eigenschappen worden overgeërfd door onveranderlijke deeltjes die in paren aanwezig zijn in elk individu. Deze onveranderlijke deeltjes noemen we genen. Genen liggen op chromosomenparen in de kern van een cel.


Bij de gewone celdeling zijn de dochtercellen een exacte kopie van de moedercel. Ze bezitten hetzelfde aantal en dezelfde soort chromosomenparen en zijn dus diploïd. Geslachtcellen zijn daarentegen haploïd, ze hebben maar de helft van de chromosomenparen. Geslachtscellen ontstaan door een reductiedeling. Hierbij wordt 1 diploïde cel in 2 haploïde cellen gesplitst.
Tijdens de bevruchting versmelten de mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen. De kern van de bevruchte eicel heeft dus weer het normale aantal chromosomen; 50% van de moeder en 50% van de vader. De nakomelingen dragen dus genen van beide ouders (Nollet J.,2008).Hierdoor erven ze bepaalde genetische eigenschappen van hun ouders; dit is het genotype van een dier. Dit zegt echter niet alles over hoe het dier er zal uit zien; het fenotype. Welke genetische eigenschappen een dier uiterlijk vertoond hangt af van welke genen dominant zijn.

Als een dier 2 dezelfde genen voor dezelfde eigenschappen heeft die tegenover elkaar op de chromosomen liggen is het dier homozygoot voor die eigenschap. Het genotype en het fenotype zijn voor die eigenschappen gelijk. Als deze genen verschillen is het dier heterozygoot of split. Er is dan 1 dominant en 1 recessief gen. In dit geval wordt het fenotype bepaald door het dominante gen. Het recessief gen wordt enkel zichtbaar in de nakomelingen van het dier(gids grasparkieten).


© 2009 - 2010 Kitana, gepubliceerd in Biologie (Dier en Natuur) op 14-03-2009, laatst gewijzigd op 04-06-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Kitana is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • http://www.psittaciformes.nl/
  • Cursus gentica 1ste jaar professionele bachelor in de agro- en biotechnologie door Nollet. J.
  • Gids grasparkieten

Reageer op het artikel "Inleiding kleurvererving bij parkietachtigen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.